De hommel op Oostvliet
Een hommel is een dikke, zachte bij die bromt als hij vliegt. Hij heeft een zwart-geel gestreept lijfje en soms een wit kontje. Hommels zijn heel lief en doen je niks als je ze met rust laat. Ze vliegen van bloem naar bloem om nectar te drinken en helpen zo de bloemen groeien. Ze zijn een beetje slomer dan andere bijen, maar dat maakt ze extra schattig!
Biotoop: Een gevarieerd gebied waar ze voedsel kunnen vinden (zoals bloemen) en een geschikt nest kunnen maken. Hommels komen vaak voor in graslanden, tuinen, bossen en heidevelden. Ze hebben toegang nodig tot nectar van bloemen voor voedsel en een plek om hun nest te bouwen, vaak in gras of ondergronden zoals oude muizenholen of in holtes van bomen. Hommels prefereren gebieden met veel bloeiende planten, omdat ze afhankelijk zijn van pollen en nectar voor hun overleving.
Eten: Een hommel eet vooral nectar en pollen van bloemen. De nectar levert energie in de vorm van suiker, terwijl de pollen belangrijke eiwitten en voedingsstoffen bieden. Hommels verzamelen deze stoffen door van bloem naar bloem te vliegen.